


© MaNa-Productions !
meervoudig intelligent
Kinderen willen graag leren, ze zijn leergierig en gemotiveerd om de wereld om hen heen te ontdekken.
Maar: op hun eigen manier! De één wil voelen en bewegen, uitproberen. Een ander moet het voor zich zien. Weer een ander zit direct op het puntje van
zijn stoel als de muziek start, als er een ritme te ontdekken valt. Het ene kind wil samen en de ander juist alleen leren.
Howard Gardner onderscheidt zo acht manieren van leren. In het onderwijs worden (te) veel activiteiten talig aangeboden. Een mondelinge instructie, een tekst met vragen, een
rekensom verstopt in een verhaaltje, wereldoriëntatie uit het boek, enz. Door deze aanpak wordt er soms 'over hun hoofden heen gepraat' en sluiten
we te weinig aan bij hun manier van leren. Ieder mens heeft acht ntelligenties. Een aantal daarvan is sterk ontwikkeld en een aantal daarvan minder sterk. Dit
wordt bepaald door erfelijkheid en omgevingsfactoren.
Hieronder een overzicht van kenmerken die passen bij de intelligenties:
Verbaal-linguïstisch:
Het kind is 'talig', kan al vroeg praten, houdt van spreekbeurten en boekbesprekingen, vindt lezen leuk, kan uren verhalen vertellen, heet een grote
woordenschat, begrijpt een mondelinge uitleg.
Muzikaal-ritmisch:
Het kind houdt van muziek, hoort in zinnen en woorden ritmes, is gevoelig voor geluiden om hem heen, kan rijmpjes goed onthouden, onthoudt de tafels als het op een melodietje word
aangeleerd, leert met behulp van muziek en ritmes.
Interpersoonlijk:
Het kind wil bij de groep horen, wil alijd alles samen doen, wil de kleren die 'iedereen' heet, is gevoelig voor stemmingen en sfeer, wil samen met
anderen huiswerk maken, vindt het belangrijk te horen wat een ander van hem vindt.
Visueel-ruimtelijk:
Het kind ziet alles voor zich, heet een rijke fantasie, wil plaatsjes zien, ordent door tekeningetjes, krijgt het steeds beter in onze maatschappij: computer,
video, beeldmateriaal, leert door zien, leert doordat een ander het voordoet.
Lichamelijk-kinesthetisch:
Het kind kan niet stil zitten, moet altijd even iets of iemand aanraken, houdt van bewegen, wil voelen hoe iet werkt, leert door doen.
Naturalistisch:
Het kind houdt van de natuur, houdt van dieren, is gevoelig voor het klimaat, voor weersveranderingen, heeft oog voor details, kan goed rubriceren. Leert door en met de natuur.
Logisch-mathematisch
Het kind 'goochelt' met getallen, hij telt alles wat hij ziet of doet, hij ordent de wereld op zijn manier, hij leert door ordenen en is vaak een goede rekenaar, werkend volgens een eigen systeem.
Intrapersoonlijk:
Het kind is een denker, een filosoof, kan 'uren' doorvragen: Maar als ...., En wat als er dan....... Betrekt alles op zichzelf, leert door kritisch te bevragen en overwegen.
Wat doen we hiermee binnen ons onderwijs?
In iedere groep zitten totaal verschillende kinderen. Om zoveel mogelijk tegemoet te komen aan de verschillende leerstijlen van kinderen moet het aanbod gevarieerd zijn, moet
er voor ieder kind wat te halen zijn. Bovenstaande indeling biedt dan hele goede handvaten om die variatie aan te brengen. We doen dit vooral binnen het
thematisch werken. Eén onderwerp staat centraal. Er zijn groepsactiviteiten. Maar daarnaast zijn er voor de kinderen talrijke activiteiten die
aansluiten bij het thema. Ieder kind kiest wat bij hem of haar past. Op deze manier wordt bijvoorbeeld in de Kinderboekenweek gewerkt. Voor iedere groep zijn er 16 activiteiten (2
per intelligentie). Tijdens een aantal weken werken de kinderen zelfontdekkend en lerend op hun eige manier, kiezend uit de activiteiten. De leerkracht begeleidt, stuurt indien
kinderen. Deze manier van werken betekent dat we recht willen doen aan de verschillende mogelijkheden van kinderen, om die lastige leerstof onder de knie te krijgen. We houden daarbij
rekening met de verschillen in intelligentie. Die zeggen niets over slim of dom, maar over een andere manier van leren.